Pater Joop van Asperen (78)

* 27.03.1925, 's‑Hertogenbosch NL
21.09.1946, pw 02.09.1951
28.02.2004, Tilburg NL

Joop was jongste op een na uit een gezin van vijftien kinderen. Als 12‑jarige kwam hij naar het missiehuis in Tilburg.

We kennen Joop als een eenvoudig mens, een kindervriend, makkelijk toegankelijk voor arme mensen. Zijn leuze was: "Ik houd ervan niet gekend te worden en geen aanzien te hebben".

Er ging geen enkele dreiging van hem uit, hij liet iedereen in zijn waarde. Joop kon goed toneelspelen in het dagelijkse leven. In onze kloostergemeenschap deed hij dit veel tot grote hilariteit van allen. Hij hield de spanning erin. Omdat hij altijd grappig overkwam wisten velen soms niet of hij nu serieus was of dat hij alleen maar gekheid maakte. Door dit misverstaan voelde Joop zich onbegrepen. Hij voelde zich vaak eenzaam, ook al omdat hij niet altijd goed raad wist met zijn gevoelens.

Hij gaf wel duidelijk aan wat hij wilde en niet wilde, hij nam geen blad voor de mond; dat kwam soms hard aan maar dan vroeg hij later om excuus.

In het diocees van Surigao en in het diocees van Butuan werkte Joop in vele parochies als pastoor. Zijn grote gave was dat hij de harten kon raken van kinderen en langs de kinderen de harten van de ouders.

Joop had ook zo zijn eigen strijd: was hij op vakantie in Nederland dan verlangde hij terug naar het vrije leven in de Filippijnen waar hij zo graag  werkte. Kwam hij terug in de Filippijnen dan verlangde hij weer naar zijn familie in het vertrouwde Nederland.

In zijn laatste ziekte was hij blij met zijn mooie kamer in Notre Dame en dankbaar voor de goede zorgen. "Maar", zei Joop, "het is een eenzaam bestaan".

Nadat hij vrijdag 27 februari de ziekenzalving ontvangen had, kwam er rust over hem. "Zo is het goed", zei hij.