Pater Jan Boelaars (89)

* 17.02.1915, Tilburg NL
 21.09.1934, pw 10.08.1939
19.06.2004, Tilburg NL

Jan gaf veel; hij was een gezellig mens en had ook behoefte aan gezelschap. 34 Jaar is Jan, als cultureel antropoloog, missionaris geweest in Papua en daarna nog 13 jaar als professor op verschil­lende grootseminaries in Indonesië. Jan preekte graag over Gods liefde voor ons, hij deed dit ook door zijn werken. Met zijn vak probeerde hij honderden studenten waardering bij te brengen voor hun eigen cultuur en de waarden daarin opgesloten. Tijdens zijn werk in Papua was Jan geen gemakkelijke persoon voor zijn medebroeders maar wel gewaardeerd. Zijn energie was onbeperkt, hij was van mening dat alles wat hij deed een plicht was. Jan was een wetenschapper en schreef vele boeken. Jan was een kunstenaar en liet overal waar hij gewerkt had prachtige houtsnijwerken achter. Het grote kruis in Kepi, twee kruiswegen voor het aartsbisdom Merauke. De barmhartige Samaritaan in relief. Hij bracht hierin en in alles wat hij deed het ideaal van de Missionarissen van het heilig Hart tot uitdrukking. In 1984 kwam Jan naar Nederland om te rusten. In plaats van te rusten begon hij te studeren en boeken te schrijven; zijn bureau was nooit leeg. Een nog niet genoemd talent was zijn omgang met mensen, wie het ook was. Hij is een hulp geweest voor velen. Jan bedankt en vergeet ons niet.

In enkele afscheidsbrieven spreekt Jan zich uit:

Met mijn patroon, Johannes de Doper, zeg ik: Ik ben het Licht niet, wil er wel van getuigen!

Ik ben dankbaar aan God, aan Christus en de MSC. Vanzelf ook aan mijn ouders, broers en zusters en andere goede vrienden.

Ik ben dankbaar voor allen die mij de kans gegeven hebben en bijgestaan om mijn talenten te ontplooien.

Hoe ouder ik word hoe meer besef ik een beperkt schepsel te zijn, met een diep verlangen om tot het onbeperkte te geraken, een van wil met God, zoals de Zoon van de Vader in diens Geest.

Mijn algeheel gevoelen is: blij "er te zijn"
en ...dankbaar!

Mijn gebed is: "Onze Vader" omdat dit "er zijn" zo broos is en ik afhankelijkheid van God beleef, en tegelijk zelfbewust en eigengereid ‑ toch onmachtig.

Steeds ben ik dieper gaan geloven dat Christus leeft en wie zijn grondhouding, zijn Fiat, meebeleeft, zal het leven behouden ‑ voor altijd ‑

en dus... tot ziens!