DE WEG VAN HET HART




De weg van het hart is een hedendaagse verwoording van de spiritualiteit van de Missionarissen van het heilig Hart (MSC). Het is een doorleefde en inspirerende visie die ons op weg houdt. In ‘Woorden van Inspiratie’ bieden we u onze spiritualiteit aan in korte citaten.

31.  Soms vragen mensen om voor een tijd hun leven met ons te delen. Sommigen van hen noemen zich “Chevalierverbondenen”. Zij kiezen ervoor bewust te leven vanuit de geest van onze stichter, Jules Chevalier. Onze tijd vraagt om deze mannen en vrouwen.


Voor eerder geplaatste citaten










Liefde ontvangen en beantwoorden                               


Deze reeks is neer geschreven bij gelegenheden van de heilig Hartfeesten. Zij gaan uit van de feestelijke stemming waarin broeders en zusters op die dag samengekomen zijn. Blijheid overheerst. Gods liefde voor ons is mens geworden in het ruime hart van zijn Zoon. Dat moet gevierd worden. 
De weg van het hart is niet alleen door Jezus gegaan. Hij roept ons op om voortdurend die weg met hem te gaan om zo tot een open mensengemeenschap te komen, waar niemand aan het lot wordt overgelaten.







Overweging

“de wondere broodvermenigvuldiging”


door Pater Ben Verberne,
15 juni 2007


Markus 6, 30-36

Het evangelie van zojuist is weliswaar niet een geijkte lezing voor een Heilig Hartfeest, toch toont de Broodvermenigvuldiging ons het Hart van God. Het laat ons de zorgende liefde van God zien, die op unieke wijze tastbaar wordt in de mens Jezus. Juist dìe ervaring wil de evangelist Johannes aan ons overdragen. En Jezus? Hij verlangt er niet naar geëerd of gefêteerd te worden, hij verwijst naar het Hart van God, die hij “mijn Vader” noemt.

Dit gebeuren is de traditie ingegaan als “de wondere broodvermenigvuldiging”. In de Johannes-versie van dit verhaal wordt gesproken niet van een wonder, maar van een teken. Dat wil zeggen, je moet door de gebeurtenis heenkijken naar de diepere laag. Een wonder wekt sensatie, maar een teken wil iets te kennen geven, iets duiden.

Als de leerlingen zich afvragen hoe al die mensen te spijzigen, zeggen Filippus en Andreas: “Onmogelijk. Onbegonnen werk!” Maar dan is er een jongen die met argeloze spontaniteit zijn vijf broodjes en twee vissen ter beschikking stelt. Jezus zegent het brood en het uitdelen begint. Vandaag wordt dit gebeuren vaak als volgt geduid: Veel mensen hebben, zoals de jongen, ook zelf eten meegenomen; voor zichzelf. Maar ze durven daar niet voor uit te komen, bang dat ze niet genoeg hebben … voor zichzelf.
Maar de argeloze bereidheid van deze jongen èn de bevestiging daarvan door Jezus
doen als het ware hun bevroren hart ontdooien. En zij op hun beurt kunnen niet achterblijven, het voedsel dat ze hebben meegebracht wordt onder elkaar verdeeld.
En dat blijkt méér dan voldoende.

Vroeger dacht ik dat het natuurlijk gaat om het wonder dat Jezus heeft verricht en dat de rest van het verhaal bijkomstig was. Dat de jongen zijn meegebrachte eten ter beschikking stelt en dat er nog veel overbleef, dat wordt er alleen maar bij verteld om het verhaal wat op te smukken. Maar in die nieuwe duiding van zojuist vervult de jongen, evenals de opmerkingen van de apostelen, een wezenlijke rol.

Wat goedheid onder mensen al niet vermag! In de spontane bereidheid van die jongen en in Jezus die hart heeft voor de menigte wordt Gods gulle goedheid openbaar. Dus niet in grootse gebaren of hooggestemde verklaringen, maar in het alledaagse delen van voedsel wordt ook vandaag openbaar Gods zorg voor de menigte. - Doe dit tot mijn gedachtenis.

Toen ik in Rotterdam werkte, liep ik op een zaterdagmiddag binnen bij een studente die economie studeerde, Jacqueline. Ze woonde in een van die studentenhuizen waar je bij het binnenkomen je nek breekt over de troep. Haar kamer was al niet veel beter. Tussen de tutsels, de frutsels en de opengeslagen boeken op haar werktafel stond een heilig Hartbeeld in vol ornaat! Zo een met de armen wijd uitgestrekt, in een lang wit kleed,
daar overheen een rode mantel en op het voetstuk Komt allen tot mij. Volgens mij paste dat helemaal niet bij haar. “Hoe kom je dààr nou aan?” “Gekocht op de markt.”, antwoordde ze, “Waar zie je dat tegenwoordig nog? Een man die zijn bloes open doet en zijn hart laat zien!”.

Naar eigen zeggen had Jacqueline niks met de kerk, met God of geloof. Bij haar riep het traditionele Christusbeeld geen enkele herinneringen op aan het heilig Hart. Wel was ze geraakt door iemand die zomaar zijn hart laat zien…! Dat kwam bij haar binnen. Dat wilde ze ook een speciale plek geven tussen alles wat haar bezig hield.

Bij ons is dat niet anders: ieder van ons heeft op een eigen wijze leren kijken naar Hem die ons zijn hart laat zien. Zo zijn we in de loop van ons leven gegroeid in onze betrokkenheid op God en op mensen en in gemeenschap naar elkaar als medebroeders.
Een betrokkenheid die hartelijk is en mannelijk tegelijk. Een betrokkenheid die voor een buitenstaander soms wat nonchalant kan lijken, maar het toch niet is.

Is dat niet de weg die we allemaal gaan, ieder op een eigen manier? Dat God liefde is
en dat Hij die liefde heeft zichtbaar gemaakt in de mens Jezus, is als een wonderlijke overtuiging steeds meer deel geworden van ons leven, van de persoon die we geworden zijn. Nu klinkt dat heel glad en probleemloos. Maar toch was het dat niet: soms moesten u en ik daarvoor grenzen overschrijden.
  • De eerste keer dat we grenzen over gingen was, denk ik, toen we van thuis weggingen, naar de Apostolische School, het Juvenaat of Noviciaat.
Toen traden we een andere wereld binnen.
  • Ook daarna zijn we nog vaak over grenzen gegaan. Misschien was je professie zo’n grensovergang, of je vertrek naar de missie en het ingroeien in een vreemde taal en cultuur. Van toen af zetten we ons bewust in de richting van dienst aan anderen, - ver weg, dichtbij, aan medebroeders.
  • Een paar weken geleden vertelde een van ons: “Toen hier in de jaren ’80 de boerderij werd opgegeven … dat was voor mij een grens …”.
  • Soms verkeer je in een gebied waar geen duidelijke grens meer te ontdekken valt. Beetje bij beetje moet je inleveren: eerst een stapje langzamer, en dat stapje langzamer wordt een, dan twee en daarna drie stapjes terug. Waar ligt de grens? Wanneer ben je oud? Wanneer ziek?
Toch zijn het vaak de grenssituaties van je leven waarin we God leren kennen als een die ons zijn Hart laat zien.

Grensgangers zijn we, een leven lang … Dat we attent leren zijn op de verlangens van eigen hart de grote verlangens naar betrokkenheid, vrijheid, dienstbaarheid, het verlangen ook te worden wie we ten diepste zijn. Dat we als grensgangers nauwkeurig leren luisteren naar het hart van de ander. Wij geloven immers dat door te luisteren naar ons eigen hart en naar dat van de ander we het Hart van God zelf op het spoor komen,
van Hem die het meest duidelijk tot ons gesproken heeft in het Hart van Christus.

Dat we zo ‘de weg van het hart’ mogen gaan, iedere dag en tot het einde toe. Gisteren tijdens de bezinningsdag en vandaag op het Heilig Hartfeest staan we even stil op die weg. Samen vieren we feest – MSC, FDNSC en Chevalierverbondenen – en we doen dat met een dankbaar hart.

Amen..